Taal in Blokjes gebruikt vaste kleuren voor klanken voor het ontwikkelen van het fonologisch bewustzijn. Door het coderen van klanken leren de leerlingen denken in klanken en klankstukken en gecodeerde teksten kunnen makkelijker worden gelezen.

Het coderen volgt een aantal stappen.
Zie hiervoor het stappenplan coderen in het Inspiratieboek Taal in Blokjes blz. 8 

Hoe kan je het coderen versnellen?
Oefening baart kunst! In het begin zal het coderen langzaam gaan, de leerling moet immers de kleuren voor klanken nog leren maar na enige oefening gaat het coderen vlot. Gebruik voor snel coderen altijd fluormarkers (géén kleurpotloden). Fluormarkers hebben een brede en een smalle kant en dekken de letters niet af. Eén veegje per klank is voldoende.

Codeer elke klank met één enkel veegje omhoog of omlaag. Meestal gebruik je de brede kant voor de 'brede' klanken en de smalle kant van de stift voor de 'dunne' klanken (dit is ook afhankelijk van de lettergrootte). Doe deze techniek voor en laat de leerling niet 3 keer op en neer met de stift gaan over één klank. Eén klank is één veegje. Laat de leerling ook niet elke keer de dop op de marker schuiven maar eerst het coderen van de woorden en teksten afmaken. Markers zijn 'highlighters', zij versterken het beeld van de klanken. Gebruik géén kleurpotloden, deze dekken de klanken af en de leerling moet heel vaak op en neer om een letter te coderen!

Laat niet meer coderen dan nodig, in de beginfase worden klinkers en medeklinkers klank voor klank gecodeerd, daarna worden alleen de klinkers gecodeerd. Met oefenen leert de leerling al snel dat de 'rest' altijd bestaat uit medeklinkers (blauw) en dat de klinker het ankerpunt van de klankgroep (lettergreep) is. Ook mag de leerling na verloop van tijd 'industrieel' coderen. Klank voor klank coderen is dan niet meer nodig. Alle klanken van één kleur mogen tegelijkertijd gecodeerd worden mits de leerling daarna maar de woorden of tekst hardop leest zodat alle klanken van het woord worden verklankt en samengevoegd tot één geheel. Begin wel eerst met alle oranje klanken, dan alle groene klanken, dan alle gele etc...

Waarom neemt coderen veel tijd in beslag?
Langzaam coderen kan worden veroorzaakt door verschillende factoren zoals verkeerd materiaal, een verkeerde techniek, door onvoldoende instructie en door te weinig oefening.
Het kan ook zijn dat een leerling zegt dat het lang duurt (bijvoorbeeld bij huiswerk) terwijl dat niet zo is! Check deze informatie!  Laat tijdens de les of behandeling een bladzijde coderen terwijl je toekijkt en neem de tijd stiekem op. Meestal is het codeertempo hoog, nog geen 5 minuten voor een hele bladzijde... een eye opener voor de leerling (en de ouders).

------------------------------ UIT Word  / Handleiding 10 --------------

De kunst van het coderen is dat de leerling snel en effectief codeert op het niveau dat bij de leerling past. Dit betekent dat: a) de leerling leert coderen met de juiste codeervolgorde; en b) dat leerling én begeleider praktische tips toepassen voor beter en sneller coderen.

Volgorde van coderen

Stap 1: begin met het coderen van klankzuivere woorden en teksten

Codeer de klinkers en de medeklinkers Voor leerlingen uit de bovenbouw kunnen langere woorden worden genomen. Bijvoorbeeld ‘kaas’ en ‘stoel’ zijn klankzuiver maar ‘langsnuitdolfijn’ en ‘hefschroefvliegtuig’ ook. Laat de woorden hardop lezen.

Stap 2: laat bijna klankzuivere woorden en teksten met stomme klinkers coderen

Begin met woorden van twee lettergrepen (klankgroepen) en voer de woordlengte op.

Laat eerst alle stomme klinkers coderen en kijk samen na.
- Laat daarna de andere klinkers coderen en bijv. bij de eerste twee zinnen nog de medeklinkers. Laat de woorden hardop lezen.

Stap 3: laat teksten of woorden met stomme klinkers en regels coderen

Laat eerst alle stomme klinkers coderen en kijk samen na.

Laat vervolgens alle lange klinkers met één letter coderen, dit is de regel voor de lange klinkers en kijk samen na. De leerling hoeft deze regel nog niet te beheersen of toe te kunnen passen bij de spelling. Voor een goede codering is luisteren naar de uitspraak voldoende. Lees je ‘boten’ dan is de ‘o’ geel, en is de ‘geel regel’ gebruikt. Het herkennen van woorden met de regel voor de lange klinkers is ook belangrijk voor het lezen.

- Laat vervolgens de andere klinkers coderen.

Daarna leest de leerling de tekst (herhaald) hardop: de woorden worden met de klanken 'in elkaar gezet' en de woordstructuur wordt verduidelijkt.

Praktische tips: snel coderen doe je zo!

Zorg voor regelmatige en voldoende oefening: van intensief naar "een önderhoudsdosis".
- Gebruik teksten en woorden met een (ver)groot lettertype. Verdeel een tekst in blokjes als de tekst (te) lang is.
- Gebruik fluormarkers en laat de klanken met één enkel veegje omhoog of omlaag coderen. Meestal gebruik je de brede kant voor de 'brede' klanken en de smalle kant van de stift voor de 'dunne' klanken (dit is ook afhankelijk van de lettergrootte). Doe deze techniek voor en laat de leerling niet 3 keer op en neer met de stift gaan over één klank. Eén klank is één veegje. Laat de leerling ook niet elke keer de dop op de marker schuiven maar eerst het coderen van de woorden en teksten afmaken. Markers zijn 'highlighters', zij versterken het beeld van de klanken. Gebruik géén kleurpotloden, deze dekken de klanken af en de leerling moet heel vaak op en neer om een letter te coderen!
- Vuistregel 1: (klankzuivere) woorden van één lettergreep: klank uitspreken en klank voor klank coderen. Daarna de woorden hardop lezen om de klanken samen te voegen.
- Vuistregel 2: woorden van twee of meer lettergrepen: laat alleen de klinkers coderen en laat bijvoorbeeld alleen bij de eerste twee zinnen nog de medeklinkers coderen.
- Vuistregel 3: na stap 1 mag de leerling op klanksoort coderen, voorwaarde is wel dat de tekst hardop wordt gelezen om de klanken in woorden samen te voegen.


--------------- REST

Coderen: klankwaarde en inzicht in woordstructuren

Met de kleurcode van de F&L methode® kan de klank-teken koppeling 'in beeld' worden gebracht. De letters krijgen een 'klankwaarde'.
Voorbeeld: als alle letters 'zwart' zijn, gaat de leerling in zijn hoofd een hele reeks teken-klank koppelingen (klank-teken koppelingen) af om te bepalen welke klank bij een bepaald letterteken hoort. Als de klanken gecodeerd zijn, kan hij in één oogopslag bijvoorbeeld een geel gekleurde klinker zien (de herkenning van de kleur gaat zeer snel). Dit beperkt zijn keuze tot vier mogelijkheden: aa, ee, oo en uu.
Het gebruik van kleuren voor klanken geeft een keuze reductie bij lezen waardoor woorden sneller en accurater ontsleuteld kunnen worden en het technisch lezen wordt ondersteund.
Het leren van de kleuren gaat heel snel en leerlingen geven aan de kleuren voor klanken op den duur in hun hoofd te zien bij niet fonologisch gecodeerde tekst.

De leerling leert om woorden visueel in klankstukken te hakken vóór het lezen met behulp van de klinkers. Een woord heeft net zoveel klinkers als lettergrepen en de grens van de lettergreep valt altijd tussen twee klinkers. Door gebruik te maken van de klinkers als ankerpunten in woorden kan de structuur van meerlettergrepige woorden sneller worden doorzien.

AANVULLENDE WERKVORMEN
Laat de leerling extra teksten met stomme klinkers kleuren (coderen). Laat eerst de stomme klinkers kleuren, kijk samen na en laat dan de andere klinkers kleuren. Als teksten woorden met de lange klinkerregel bevatten zoals bijvoorbeeld 'vader' (vaa-der), 'lopen' (loo-pen), 'ga' (gaa) en 'zo' (zoo), moeten deze vóóraf gecodeerd worden, zo nodig met hulp van, nb dit ook aanpassen in eerder werkboek! de leerkracht. Maak de lange klanken met één letter geel, leg uit dat dit regelwoorden zijn die later aan bod komen.

Laat teksten hardop lezen met veel stomme klinkers en waarbij ook de andere klinkers zijn gecodeerd (de klinker is de het ankerpunt van de klankgroep). Hiervoor kunnen teksten uit diverse taalmethodes worden gebruikt en ook teksten uit de Taal in Blokjes Reader.

Laat teksten herhaald hardop lezen. Gebruik de F&L-Reader software voor het lezen van een voldoende hoeveelheid van fonologisch gecodeerde teksten!

Wat een stomme klinker is, is moeilijk uit te leggen. De stomme klinker kan het beste op uitspraak bij lezen worden herkend en geleerd. De leerling leest de woorden hardop, wordt de letter ‘e’ uitgesproken als een ‘slappe u’ dan is het een stomme klinker. Deze is oranje. Kijk samen na of de stomme klinkers goed zijn gecodeerd.

Laat vervolgens de andere klinkers coderen. De klinker is het ankerpunt van de klankgroep.

----
Taal in Blokjes gebruikt vaste kleuren voor klanken voor het ontwikkelen van het fonologisch bewustzijn. Door het coderen van klanken leren de leerlingen denken in klanken.

Het doel van coderen is:

woorden accurater en sneller lezen,

inzicht in hoe woorden in elkaar zitten als voorbereiding op het spellen van woorden.

Door het op klank coderen van woorden en teksten met vaste kleurafspraken wordt de klank-teken koppeling versterkt en het fonologisch bewustzijn gestimuleerd. De leerlingen kunnen op klank gecodeerde woorden sneller "ontsleutelen" en krijgen meer inzicht in woordstructuren.  Dit is weer deels dubbel met vorige stuk onder toelichting stomme klinkers, eerst alle tekst netjes onder elkaar zetten dan weer kijken.

Het werken met gecodeerde woorden is een voorbereiding op zelf schrijven: voor het correct spellen van woorden en het leren van spellingregels moeten de leerlingen begrijpen hoe woorden in elkaar zitten en welke regels bij klanken horen.

Bij het verhaal over de Struisvogel wordt aan de leerling gevraagd om alleen de stomme klinkers te coderen. Voor het stimuleren van het fonologisch bewustzijn is het goed om het volledig coderen van teksten regelmatig aan te bieden bij wijze van "onderhoud".hoe beter formuleren?  Zie de onderstaande tips en stappen plan voor goed en vlot coderen.

Laat niet meer coderen dan nodig!
In de beginfase worden de klinkers en de medeklinkers gecodeerd, daarna wordt overgegaan het coderen van de klinkers. De leerling leert al snel dat de 'rest' altijd bestaat uit medeklinkers (blauw) en dat de klinker het ankerpunt van de klankgroep (lettergreep) is. Laat wel af en toe ook de medeklinkers bij de eerste zinnen van een tekst coderen.

Waarom neemt coderen veel tijd in beslag? Langzaam coderen kan worden veroorzaakt door verschillende factoren zoals verkeerd materiaal, een verkeerde techniek, door de instructie en door te weinig oefening. Het kan ook zijn dat de leerling zegt dat het lang duurt (bijvoorbeeld bij huiswerk) terwijl dat niet zo is!

In het begin zal het coderen langzaam gaan, de leerling moet immers de kleuren voor klanken nog leren maar na enige oefening gaat het coderen vlot. Gebruik voor snel coderen altijd fluormarkers (géén kleurpotloden). Fluormarkers hebben een brede en een smalle kant en dekken de letters niet af. Eén veegje per klank is voldoende.

De KUNST VAN HET CODEREN VERVOLG

In stap 1wordt elk woord klank voor klank gecodeerd inclusief de medeklinkers. Bij stap 2 mag de leerling overgaan op het coderen van alleen de klinkers. Bij stap 3 mag de leerling 'industrieel' coderen: alle klanken van één kleur mogen in één keer in alle woorden gecodeerd worden op voorwaarde dat de gecodeerde tekst daarna hardop gelezen wordt zodat de woorden met de klanken weer netjes "in elkaar gezet" worden. Laat de leerling hierbij wel een vaste codeervolgorde aanhouden:
Volgorde van coderen
1. eerst oranje: alle stomme klinkers coderen

- dan geel: lange klinkers met 2 letters (bijvoorbeeld "hoogste") en met 1 letter (regel voor de lange klinkers zoals in "boven").
- dan groen: korte klinkers
- dan rood: twee-teken klinkers
- dan aai/ooi/oei en eeuw, ieuw, uw (streepjes en puntjes).

Combineer het zelf coderen en lezen van teksten met het lezen van gecodeerde teksten met de Taal in Blokjes Reader software voor het maken van leeskilometers.

Gebruik het 'leeshappertje'en varieer met de codeer en ondersteuningsmogelijkheden.
Voorbeelden:
- 'makkelijke teksten" : klanken niet gecodeerd of heel licht gecodeerd: kleuren langzaam laten vervagen (fade out knop zie ...) plaatje?
- 'teksten  niet moeilijk en niet makkelijk: alleen de klinkers coderen
- 'moeilijke' teksten: oefenniveau, 'zone van de naaste ontwikkeling': klinkers coderen, lettergrepen aangeven, grotere regelafstand.

Het werken met gecodeerde woorden is een voorbereiding op zelf schrijven: voor het correct spellen van woorden en het leren van spellingregels moeten de leerlingen begrijpen hoe woorden in elkaar zitten en welke regels bij klanken horen.

Het lezen met klankhulp is onderverdeeld in:

zelf coderen en lezen: zie de voorbeelden voor stap 1, stap 2 en stap 3,

Het doel van coderen is:

accurater en sneller lezen,

voorbereiding op het spellen van woorden.

Door het op klank coderen van woorden en teksten met vaste kleurafspraken wordt de klank-teken koppeling versterkt, het fonologisch bewustzijn gestimuleerd en krijgen leerlingen inzicht in woordstructuren. Door het (hardop) lezen van gecodeerde teksten kunnen leerlingen de woorden sneller ontsleutelen.