Als je een leerling hebt gekozen, ga je naar de tab ‘Leermodules’.  Kies een Module, bijvoorbeeld Module 11A binnen de categorie ‘Bijna Klankzuiver’. Maak een keuze uit de werkvormen en oefeningen voor je leerling binnen de gekozen module en stel een programma ‘op maat’ samen voor je leerling.

Is de gekozen Module te makkelijk of te moeilijk? Geen probleem, ga dan een Module vooruit (Module 11B) of een Module terug (Module 10).

Van Module naar oefening

1. Kies een Module (als voorbeeld nemen we Module 11A maar dit is niet bedoeld als instapniveau)
2. Kies de werkvorm binnen de Module (bijvoorbeeld 'Woorden Coderen')
3. Kies de oefening binnen de werkvorm (bijvoorbeeld 'Alle klanken kleuren')

Als je een oefening hebt gekozen, kan je in de bovenbalk nog allerlei zaken aanpassen zoals het aantal woorden, de lettergrootte en het wel/niet laten zien van regelsymbolen.

De modules zijn cumulatief, alles wat in een eerdere module is behandeld komt ook aan bod in een volgende module.  Heeft de leerling voldoende beheersing van een module? Ga dan door naar een volgende module.

Bij de werkvormen kan je ook de fonologische ondersteuning (kleurcodering van klanken) afbouwen, doe dit bijvoorbeeld bij een reeds beheerste module. Bij het instapniveau begin je meestal op het niveau Klankzuiver. De keuze van het instapniveau (bijvoorbeeld ‘Klankzuiver’) en het niveau binnen ‘Klankzuiver’ (bijvoorbeeld Module 4) wordt bepaald door het (geteste) niveau van lezen, spellen en basisvaardigheden en door de behandelaar. Daarbij is veel flexibiliteit en maatwerk mogelijk. Zo kan je bijvoorbeeld het niveau 'Klankzuiver' heel langzaam uitbouwen bij een leerling die veel moeite heeft met de klank-teken koppeling en de klankzuivere spelling of juist versneld doorwerken bij een (oudere) leerling die een 'snelcursus' Klankzuiver volgt om een goede basis te leggen voor het leren van klankregels.

Elke werkvorm bevat verschillende oefeningen maar het is niet de bedoeling dat je leerling alle oefeningen maakt die bij een werkvorm horen. Om het leren voor de leerlingen uitdagend en stimulerend te houden, is er veel variatie in de oefeningen aangebracht.

Als je begint met het F&L-behandelprogramma, kan je eerst een basisopzet gebruiken. Vanuit die basisopzet kan je gaandeweg de werkvormen uitbreiden, variëren en alle andere mogelijkheden verkennen. Hieronder tref je een voorbeeld aan van een basisopzet bij module 11A. Deze werkvormen staan (op enkele uitzonderingen na) in elke leermodule.

 

Basiswerkvormen

1. klank-teken koppeling
2. codeeroefening
3. woordsegmentatie

Lezen

3. woordlezen
4. tekstlezen met F&L-Reader
5. lezen met woordvelden

Spelling

6. spelling op het klankenbord
7. kleurendictee

Tip: Als je begint met het F&L-behandelprogramma, kan je je gekozen werkvormen als favoriet instellen om ze makkelijker terug te kunnen vinden.

Als je op het hartje drukt naast ‘werkvorm starten’ , stel je je favoriete werkvorm in.

 

Begin bij Module 11A bijvoorbeeld met een codeeroefening om de kleuren aan de klanken te koppelen.
Kies bij ‘Overige’ voor ‘Woorden coderen’ en voor ‘Alle klanken kleuren’.

Aan de linkerkant staan de werkvormen van de gekozen module, in dit geval van Module 11A.  Aan de rechterkant staan de mogelijkheden om te oefenen met voorbeelden van  ‘Alle klanken kleuren’.

Druk bij de gekozen werkvorm op ‘Werkvorm starten’

Als de oefening geladen is, kan je de oefening in de bovenbalk op maat aanpassen: kies onder andere het aantal woorden. de lettergrootte en de regelsymbolen. Zie het voorbeeld hieronder.

Bekijk het overzicht van de leermodules:

Druk op de afbeelding om te vergroten